DeKrant - 28-03-2017

Voorbereidingen komst ‘Tsjernobyl kinderen’ in volle gang

‘Het zijn vier weken je eigen kinderen’


RODEN – Al een kwart eeuw bezoeken ‘Tsjernobyl kinderen’ elk jaar Roden. Vierweken lang. In die periode genieten ze van sport, spel en uitjes en sterken ze aan. Het doet ze goed, zichtbaar en aantoonbaar. Zo hoeven kinderen die in Nederland geweest zijn, veel minder vaak naar het ziekenhuis, zoals veel andere kinderen dat wél moeten. Nog steeds zijn de gevolgen van de ramp met de kerncentrale voelbaar. ‘Mensen in Wit-Rusland hebben weinig geld, gemiddeld verdienen ze € 150 per maand. Wat moet je dan? Juist ja, je eet uit eigen tuin. Dat, en het feit dat de radioactieve straling waaraan de mensen worden blootgesteld 40 keer zo hoog is als in Nederland,  maakt dat de kinderen nog steeds de gevolgen van de ramp ondervinden.’ Aan het woord is Jack Hesseling, sinds enige maanden voorzitter van de werkgroep.

Veel mensen zijn het ondertussen een beetje vergeten. Pas bij het horen van de naam Tsjernobyl volgt iets van herkenning. 1986 dus, toen ging het helemaal mis met reactor 4 van de kerncentrale Tsjernobyl, nabij de Oekraïense stad Prypjat. Het gebied werd radioactief besmet. En hoe. Zelfs in Nederland moesten de koeien naar binnen en tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen behalve in de Oekraïne en Wit-Rusland ook in Schotland, Tsjechië en Zweden voelbaar. Heel Europa leed (een beetje) mee. Mensen uit de directe omgeving werden uiteraard geëvacueerd, al was het kwaad vaak al geschied. Na de ramp zijn 3 reactors nog 15 jaar in gebruik gebleven. Anno 2017 is de  vernielde reactor 4 opnieuw ingepakt. Het Nederlandse bedrijf Mammoet heeft daar een belangrijke rol bij gespeeld. In de 30 km zone rond de centrole kan de natuur al 30 jaar zijn gang gaan.  Er leven dus weer dieren en het groen tiert welig, maar daarmee is zeker niet alles in orde. ‘De overheid zegt dat het veilig is. Dan wijzen ze inderdaad naar dieren en planten die er leven en groeien. Logisch dat de overheid dat zegt, want het kost ze nu veel geld. Zelf ben ik diverse keren in het gebied geweest. Neem maar van mij aan dat het allesbehalve goed is daar. Ik heb het in dat kader vaak over afwijkingen. Voorbeeld? Neem een lieveheersbeestje. Die heeft normaliter bijvoorbeeld 12 stippen, daar dan tien of elf. Of de stipjes zijn vierkantjes. Ook de wilde zwijnen zijn veel groter dan normaal, genetische afwijkingen noemen ze dat. En omdat mensen dus uit pure armoede eigen eten verbouwen en dus eten van besmette grond, wordt hun DNA ook aangetast. Met name  hun kinderen ondervinden nog steeds de gevolgen van de ramp.’ Zo zijn er gebieden waar 60% van de kinderen wordt geboren met ouderdoms suikerziekte of staar, we noemen dat het derde generatie probleem.

Ondanks licht herstel, de ergste straling is begraven onder een laag zand maar verdwijnt langzaam in het grondwater, blijft het een bijzonder gebied. Ook het verhaal over Prypjat is bijzonder. Meteen na de ramp verliet iedereen de stad, om er nooit meer terug te keren. Alles is dus nog net zo als ruim dertig jaar geleden. Zelfs de kermis die er toen stond, staat er nu nog. Het is een spookstad waar niemand woont of werkt. De mensen die zijn geëvacueerd worden in hun nieuwe leefomgeving behandeld als besmette paria’s.  Alcoholisme is aan de orde van de dag. Uit wanhoop, om te vergeten’, weet Hesseling. De aansterkvakantie komt tot stand met grote dank aan de Roder Boekenmarkt. Elk jaar weer krijgt de werkgroep duizenden euro’s, net als de Ghana Werkgroep. Onlangs namen beide werkgroepen de organisatie van die boekenmarkt over. ‘In dat kader hebben we volgende week dinsdag een informatieve avond. Wij organiseren die vooral voor de vrijwilligers van de boekenmarkt. Zoals ik al zei weten heel veel mensen niet meer wat er daar gebeurd is en hoe het er nu is. Vandaar dat we ze uitgenodigd hebben in de Esborg in Roden. Weten ze ook waar ze het voor doen.’

Hesseling was jarenlang gastouder voor kinderen uit Tsjernobyl. Best logisch dus dat hij in beeld kwam toen er een nieuwe voorzitter gezocht werd. ‘Overigens hebben we naam van de stichting veranderd in ‘Werkgroep Tsjernobyl voor kinderen uit Wit Rusland’. Er was wel eens wat misverstand. Was het nou Oekraïne of Wit Rusland, wonen die kinderen echt in Tsjernobyl? Vandaar dus’, legt de voorzitter uit, die trots meldt dat er dit jaar – in mei- liefst 26 kinderen deze kant opkomen. Na een busreis van twee etmalen. ‘Het aantal kinderen dat we kunnen ontvangen ligt simpelweg aan het aantal gastouders dat we weten te strikken. Elk van die gastouders mag aangeven wat ze willen. Dan bedoel ik qua leeftijd bijvoorbeeld en willen ze liever een meisje of juist een jongen. Daar maken we lijsten van die we doorspelen aan onze mensen in het gebied. Die gaan vervolgens aan de slag en zo komt de groep tot stand. Voor de kinderen hier zijn, moet er veel gebeuren. Alleen al het krijgen van de juiste stempels is een beproeving. Beide ouders moeten tekenen voor akkoord, soms is een ouder nergens te vinden na een scheiding of werkt ver weg in Rusland. Tegen dat soort dingen loop je aan. Kinderen komen tegenwoordig niet vaker dan twee keer. We willen ‘hechten’ voorkomen. Als ze maar in de bus zitten, echt onderweg zijn. Het is elke keer weer prachtig als de bus de hoek om komt. Staan ze voor je, met vrijwel lege tasjes. Een van de eerste dingen die we dan ook organiseren is een bezoek aan de Kledingbank.  Gaandeweg het jaar verzamelen we kleding die de kinderen daar uit mogen zoeken. Ze gaan dan ook met veel meer bagage naar huis, als waarmee ze hier kwamen en de kleding die overblijft blijft bij de Kledingbank en komt ten goede aan kinderen uit Roden die het nodig hebben.. In de vier weken bieden we ze een compleet programma. Je ziet ze genieten, je ziet ze echt aansterken. Ze krijgen kleur op de wangen en het worden vier weken je eigen kinderen. Natuurlijk is het een vervelend moment als ze weer naar huis gaan. Toch zijn de kinderen zelf ook weer blij naar hun ouders te gaan. We doen het maximale voor ze. Proberen ze van alles aan te bieden. Dat is de afgelopen 25 jaar heel aardig gelukt. Met dank dus aan de gastouders, onze mensen daar, de Roder Boekenmarkt en ook sponsoren. Verder zetten we ook daar projecten op. Allemaal op kinderen gericht. Veelal scholen dus, nooit bejaardenhuizen. Je moet dan denken aan gymzalen, speelplaatsen of toiletten. Doorgaans hebben ze daar nog gewoon een gat in de besmette grond als sanitaire voorziening. Terugkerend patroon is dat de projecten niet in een keer afgemaakt worden. Zo ineens stopt het. Moet er weer een beetje geld bij. Onlangs hebben we daar ook een aantal gebouwen kunnen voorzien van thermopane, voorheen werden ramen maar een beetje afgeplakt. Zo proberen we ook daar ons steentje bij te dragen aan een beter leefklimaat. Meer dan dit kunnen we niet doen. De dankbaarheid is groot. Als wij daar komen, worden we bijzonder gastvrij onthaald. Mensen hebben vaak niets, maar lenen geld om ons van alles aan te bieden. En wodka hè. In de ochtend al. Het is er aan de orde van de dag.’

Sinds een jaar of vijf tekent de werkgroep ook voor de organisatie van de Nieuwjaarsduik. ‘We proberen van alles. We zullen ons straks eerst maar eens buigen over de Boekenmarkt, waar we nu dus samen met de Ghana Werkgroep ook direct verantwoordelijk voor zijn. We moeten een onderkomen vinden. Druk? Och ja, mensen die het al druk hebben, vinden altijd tijd om er nog dingen bij te doen. En we doen het voor de kinderen. Het zijn elk jaar weer vier fantastische weken.’